Noem me maar ouderwets, maar ik heb vroeger nog aan de eettafel gezeten terwijl ik een potje scrabble speelde met mijn familie. Het roodomrande spelbord lag op twee houten balkjes voorzien van wieltjes aan de uiteinden, welke het mogelijk maakte om het bord in de richting van de dienstdoende speler te draaien. Naast ons lag het “grote puzzelwoordenboek” welke bij twijfel over het bestaan van de neergelegde woorden werd geraadpleegd.
Getuige het feit dat ik dit verhaaltje op mijn iPad schrijf zijn tijden inmiddels veranderd. Het spelbord heeft plaats gemaakt voor vernuftige apparaatjes en het boek is vervangen door de ‘reuze handige’ ingebouwde controle van Wordfeud. Wat daarmee helaas ook tot het verleden behoort is de discussie of een gespeeld woord al of niet bestaat of eenvoudigweg niet is opgenomen in het boek. Omgekeerd is trouwens vaker het geval; een woord wordt door Wordfeud goedgekeurd terwijl het in de verste verte niets met onze Nederlandse taal te maken heeft. Door wat met de letters te schuiven en zo af en toe eens te proberen of ‘ie um pakt’ kun je soms redelijk succesvol dit spel spelen.
Als liefhebber van correct taalgebruik, in combinatie met het slecht tegen mijn verlies kunnen, heb ik vandaag gemerkt dat je beter geen Wordfeud kunt spelen terwijl je opponent in het zelfde vertrek aanwezig is. Na ellenlang en driftig geschuif kwam er weer een woord op de spreekwoordelijke tafel welke in onze taal niet voorkomt. Na de gebruikelijke reactie: “hij keurt hem toch goed” vond ik het welletjes en heb ik het spel afgebroken. Waar ik eerst dacht dat Wordfeud een verrijking van onze taal kon zijn, blijkt het gewoon weer een commerciële aanfluiting.