Het was met één woord: WOW!
Eigenlijk weet ik het ook wel van mezelf, maar Nederland is nou niet een land waar ik er regelmatig aan herinnerd word: ik vind sneeuw fantastisch. Als ik terugdenk aan momenten uit de jaren ’70 en ’80, toen we ook wel eens van deze hoeveelheden hadden, herinner ik me ook vooral het buiten zijn, spelend in het eerdere decennium, zijnd in het latere.
Fietstochten in vrieskou en sneeuwstorm, om niets. Om niets meer dan er in te zijn en het zo compleet mogelijk te ondergaan. Naar ‘t Kalf, Wijde Wormer, Purmerend, Jisp, Wormer en via Wormerveer weer terug, op één naschoolse middag.
Of op skivakantie, sneeuwwandelingen maken als de anderen het te slecht weer vinden om er op uit te gaan. Op gletsjers de wind en waaiende ijsnaalden trotseren. En telkens, toen al en ook nu, zwelt het in mijn borst. Alsof de interne boiler eindelijk van de waakvlam af is, en aan slaat. De rug recht zich, er komt een grijns op mijn gelaat die er niet af te bikken is, een twinkeling in de ogen het hoofd geheven.
Zo liep ik er dan ook bij, toen vorige week de historische sneeuwbui over het land neerdaalde. Mensen gingen gebogen, zwalkend op de onzekere benen, terneergeslagenheid uitstralend. En daartussen liep ik, de huppel nog net onderdrukkend, lachend. Het moet een raar gezicht geweest zijn. Die terneergeslagenheid trok gelukkig wat bij in de daaropvolgende dagen, maar ik heb eigenlijk niemand gezien die uitstraalde wat ik voelde.
Nu kan ik moeilijk beoordelen of mijn goede gevoel met het onverwachte, het ongewone van de situatie te maken heeft, of dat het echt de sneeuw zelf was die maakte dat ik me zo goed voelde. Misschien is het wel de weerkaatsing van het licht, bedacht ik me. De sombere grauwheid van de winter die wordt opgeheven door veelvuldig gereflecteerd licht.
Overdag veel feller licht, winterdepressie verjagend, en ‘s avonds eerst de paarse gloed van de zonsondergang en daarna de buitenlichten die opeens vele malen krachtiger lijken, omdat niet het grauwe, gore asfalt de stralen absorbeert, maar het frisse wit deze uit alle macht reflecteert. Stadslicht dat vervolgens die laaghangende wolken onnatuurlijk fel oranje verlicht.
Misschien dat de lengte — eer het gebrek er aan — van Scandinavische winterdagen nog extra depressiefmakend zou zijn, maar ik kan me voorstellen dat een wit winterlandschap het putje van de diepe dalen van mijn winterdepressies wat zou ophogen.
Jammer alleen dat men van al deze heldere vrolijkheid om verkeerswille her en der zo’n gore prut creëert. Geef al die autorijdende luiden gewoon drie dagen sneeuwvrij per decennium. Dan kunnen zij ook eens genieten, in plaats van in die droevige kooien of wielen zich zo ver mogelijk van de elementen houden. Dat moet er toch afkunnen?