Ik…
(… eh… ik merk dat ik, oh zo vaak, wil beginnen met het woordje ‘ik’. Ik heb, natuurlijk, vroeger te horen gekregen dat beginnen met het woordje ‘ik’ niet zo netjes is. Ik voel me er ook elke keer wat ongemakkelijk bij, maar ik kan niet anders dan onderkennen dat ik, ‘ik’ dus, hier nogal centraal sta.)
… eh… ik wil heus niet elke dag exact documenteren wat ik meemaak. De weg die ik moest gaan om op mijn werk te komen, vanochtend, was echter van dien aard dat ik ‘m graag — for future reference — wil bewaren. Het regende wat, dat was al. Geen hagel, geen ijzel, geen storm, geen bakken blaren op de rails. Maar op het overstappunt werd me meegedeeld dat ‘wegens een verstoring’ de metro naar Isolatorweg een vertraging had van 30 minuten. Natuurlijk wordt dit niet omgeroepen op de plaats waar ik mijn reis start, en nog voor andere opties kan kiezen (terug naar huis: fietsen, of met de trein,) maar pas als ik me al gecommiteerd heb aan reizen naar dit overstappunt.
Terwijl de geaffecteerde computermeneer nog aan het spreken was over de verstoring rolde op het tegenover gelegen perron een alternatief binnen. De eerste poging lukte het de computermeneer ook niet om uit te spreken (“een vertraging van *storing*-g minuten”), toen helder was dat het om 30 minuten ging, was het alternatief alweer weg. Toch naar dat andere perron, want 30 minuten wordt natuurlijk meer, want ik krijg mijzelf — en ik zou dat ook niet eens willen — natuurlijk nooit van zijn levensdagen in de eerste metro na 30 minuten geperst.
Het alternatief bracht me naar een treinstation van waar ik kon overstappen op de trein naar Zuid WTC, die echter zo vol zat — ook door een vertraging — dat niet iedereen van het perron erbij kon. En dan blijf ik net zo lief even staan wachten op de intussen ook wat vertraagde maar halflege trein er kort achteraan. In deze trein kon ik nog even meelezen met het buurmeisje dat het Cultureel Supplement doornam, het had ditmaal een openingsartikel over het nieuwe boek van Hanneke Groenteman. Enige gratuite grappen over dik schoten me te binnen [1], en daarna kon ik er bij Zuid WTC uit.
Eigenlijk wist ik het wel, maar natuurlijk niet zo actief, Zuid WTC is een bouwput. Over de gehele breedte ligt momenteel een vlakke betonnen bak, een instant regenplas, hekken en gevel voorkomen dat je er omheen kunt. Enige optie is: erdoor. Met natte vieze schoenen mis ik mijn aansluitende bus, en loop — onderwijl ingehaald door een volgende bus — naar de halte waar ik meerdere kansen heb.
De bus erna brengt me naar de plaats waar ik kan overstappen op de tram die bij het werk stopt. Op weg naar de overstapplaats rijden we achter de tram, maar we kunnen de baan af, en halen de tram in. Dan staat er een pick-up achtige wagen te telefoneren, zodanig schuingeparkeerd dat de bus er niet langs kan. Wachten tot de tram er langs was en dan om de wagen heen. Uiteindelijk stoppen tram en bus gelijk. Ik haast me richting tram, zebra over. 3 Aanstormende plebejer-busjes geven gas bij het zien van mensen die de zebra dreigen over te steken en met mijn medebusreizigers moet ik wachten. Net lang genoeg om de deuren van de tram kans te geven te sluiten.
Ik besluit het laatste stuk dan maar te lopen: “To hell met het verkeer,” en word gelukkig op het laatste stukje nog twee keer door een tram voorbijgereden. Uiteindelijk ben ik 25 minuten te laat. Ik heb de vertraagde metro over deze afstand comfortabel weten te verslaan.
++
[1] “Oprah Winfrey als rolmodel,” stond er te lezen. ‘Hmpf,’ dacht ik, ‘dat valt toch wel mee? Ze moet nog wat meer aankomen eer ze eenvoudig voort te rollen is.’ En — hoewel ik eigenlijk geen kwaad van Hanneke Groenteman wil spreken, daarvoor waardeer ik haar te zeer — bedacht ik me dat iemand die haar eetfrustratie van zich af schrijft, maar schrijffrustraties van zich af eet, nog wel een tijdje bezig zal zijn.